Wraking en verschoning van de civiele rechter

Ter waarborging van de rechterlijke onpartijdigheid (zie artikel 6 van het EVRM) in civielrechtelijke geschillen, hebben procespartijen de mogelijkheid om, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat de behandelende rechter de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen toedoen, de rechter te wraken. Een geslaagd wrakingsverzoek heeft tot gevolg dat de behandelende rechter wordt vervangen door een andere rechter die vervolgens de zaak verder behandelt. De rechter kan zichzelf ook zelfstandig vervangen, indien hij van mening is dat hij in het geding niet onpartijdig kan rechtspreken. In dat geval is er sprake van verschoning. Dit onderwerp is gerelateerd aan het staatsrecht en het burgerlijk procesrecht.

Wraking
Indien een procespartij een rechter wil wraken, moet hij dat schriftelijk verzoeken aan de rechter waarvan hij wraking eist. Zie daarvoor artikel 36 en 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Het verzoek kan zich richten tot meer dan een behandelende rechter. Het wrakingsverzoek kan gedurende de gehele procesgang worden ingediend, maar niet nadat er een einduitspraak is gedaan.

Na het verzoek wordt de behandeling van de zaak geschorst, aldus art. 37 lid 5 Rv. Het verzoek wordt vervolgens in het openbaar (met spoed) behandeld door de wrakingskamer die bestaat uit rechters (niet zijnde de rechters waarvan wraking wordt verzocht, zie art. 39 lid 1 Rv). Alvorens de openbare uitspraak, worden de procespartij en de rechter in kwestie gehoord. De procespartij kan ook verzoeken tot wraking van leden van de wrakingskamer. Partijdigheid van een rechter van de wrakingskamer is niet ondenkbaar, nu de rechters van de wrakingskamer dezelfde rechters zijn als van het gerecht waartoe de gewraakte rechter behoort. Er staan geen rechtsmiddelen open tegen de uitspraak van de wrakingskamer (zie art. 39 lid 5 Rv).

Het is voor procespartijen van belang om daadwerkelijke feiten en omstandigheden bij het verzoek aan te dragen die ondersteunen dat er sprake is van schade aan de rechterlijke onpartijdigheid. De verzoekende procespartij moet deze gegevens terstond met het verzoek aandragen. Daarnaast krijgt de procespartij tijdens de wrakingsprocedure bij de wrakingskamer de gelegenheid om haar verzoek nader uit te leggen.

Gelet op art. 38 Rv kan de gewraakte rechter zich berusten in de wraking. Indien de rechter zich berust, hoeft er geen behandeling van het verzoek plaats te vinden.

Verschoning
Waar bij wraking het initiatief tot het doen van een verzoek ligt bij de procespartij, doet de rechter bij verschoning zelf het verzoek om zich te laten vervangen door een andere rechter (zie art. 40 Rv). Daarbij wordt een vergelijkbare procedure zoals bij wraking gevolgd (zie hierboven en art. 40 en 41 Rv), zij het dat een meervoudige kamer in plaats van de wrakingskamer het (mondelinge of schriftelijke) verzoek van de rechter behandelt. Vanzelfsprekend wordt een procespartij niet gehoord bij verschoningsverzoeken. Ook tegen de beslissing inzake verschoning staan geen rechtsmiddelen open (zie art. 41 lid 3 Rv).

Voorbeelden mogelijke partijdigheid
Er zijn verschillende voorbeelden te geven van gevallen waarin sprake kan zijn van partijdigheid. Het uitgangspunt is dat een rechter zich niet mag inlaten met de procespartijen (of hun advocaten) over bij hem aanhangige geschillen. Met dat in het achterhoofd houdende, worden hieronder enkele standpunten gegeven.

  • De rechter moet vermijden dat hij contact zoekt (of onderhoudt) met procespartijen of een belang heeft bij het onderhavige geschil. Zo kan er sprake zijn van onpartijdigheid indien een rechter een familielid is of via een andere relatie een bekende is van een van de procespartijen.
  • Ook uit een bepaalde wijze van behandeling van de zaak of een procespartij kan partijdigheid blijken. Zo kan het niet toestaan van een getuige of deskundige onder bepaalde omstandigheden leiden tot een geslaagd wrakingsverzoek. De rechter mag zijn behandeling en beslissing ook niet laten beïnvloeden of baseren op hetgeen hij verneemt uit de media. Beïnvloeding van de beslissing door de media is vooral in de Amerikaanse rechtspraak (met juryrechtspraak) een pijnpunt.
  • Daarnaast kan de rechter uitlatingen doen die zijn onpartijdigheid in twijfel trekken. Het door de rechter tijdens de behandeling uitlaten over zijn eindoordeel van de rechter wordt echter niet snel als partijdigheid aangenomen, hoewel dat wel partijdigheid kan cultiveren.
  • Ook wanneer de rechter in onvoldoende mate het beginsel van hoor en wederhoor van art. 19 Rv naleeft, kan dat partijdigheid teweegbrengen.
  • Vooringenomenheid jegens een procespartij strookt ook niet met rechterlijke onafhankelijkheid. Als de rechter in meerdere zaken dezelfde procespartij(en) tegenkomt is daarbij niet zonder meer sprake van vooringenomenheid.
  • Bepaalde nevenfuncties van de rechter kunnen partijdigheid in een bepaalde zaak met zich meebrengen.

Tot slot wordt opgemerkt dat er een Leidraad onpartijdigheid van de rechter is vastgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de presidenten van de rechtbanken en gerechtshoven. Deze leidraad bevat concrete aanbevelingen voor rechters over het kunnen waarborgen van hun onpartijdigheid in een bepaalde zaak.

Deel dit bericht: