Vergoeding van shockschade

Uit het arrest HR 22 februari 2002 (Kindertaxi) volgen criteria voor het al dan niet toekennen van zogenaamde schokschade. Dit is schade (geestelijk letsel) toegebracht aan een derde die is veroorzaakt door een confrontatie met een ongeluk waarbij een ander betrokken is geweest. In dit artikel wordt een en ander verhelderd. Met benadeelde wordt in dit artikel bedoeld degene die geestelijk letsel dan wel shockschade heeft ondervonden.

Kader
Shockschade is geestelijk letsel, wat is ontstaan door een hevige emotionele shock door een directe confrontatie met een verkeersongeluk (waarbij de benadeelde een nauwe dan wel affectieve relatie had met het slachtoffer). Illustratief in dit kader is het voorgenoemde Kindertaxi arrest. De casus betrof (in het kort) de directe (fysieke) confrontatie van een moeder met de gevolgen van een tragisch verkeersongeluk waarbij haar dochter het slachtoffer was, waardoor de moeder werd getraumatiseerd.

Affectieschade (schade die wordt geleden door het lijden dan wel verdriet van het overlijden van een naaste) komt op grond van het huidige recht niet in aanmerking voor vergoeding. Hiervoor bestaat thans geen wetsingang.

Eisen
Uit het voorgaande arrest volgen de onderstaande vereisten voor vergoedbare shockschade:

  • Er moet sprake zijn van een ernstig ongeval dat is veroorzaakt door een veiligheids- of verkeersnorm (zie het kader hierboven). Dit overtreden brengt onrechtmatigheid met zich mee jegens degene die het ongeluk meemaakt dan wel waarneemt (bijvoorbeeld een ooggetuige).
  • Er moet een rechtstreeks verband bestaan tussen het gevaarzettend handelen en het geestelijk letsel dat de benadeelde ondervindt (deze confrontatie kan ook plaatsvinden kort nadat het dodelijk ongeluk heeft plaatsgevonden.
  • De benadeelde moet rechtstreeks zijn geconfronteerd met de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden.
  • Deze confrontatie heeft bij de benadeelde een hevige shock teweeggebracht, hetgeen zich met name kan voordoen indien sprake is van een nauwe (affectieve) band met het slachtoffer.
  • Het geestelijk letsel moet in rechte kunnen worden vastgesteld. Derhalve moet er sprake zijn van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

Grondslag
De grondslag voor vergoeding van shockschade is artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek.

NB:
Deze schadevergoedingsgrondslag moet worden onderscheiden van art. 6:108 BW. Dat is een grondslag voor schade ontstaan door het overlijden van een (al dan niet bloedverwante naaste) doordat er bij de nabestaande (onder andere) sprake is van gederfde levensonderhoud is. Shockschade ziet op immateriële schade ontstaan door een tragische waarneming van het overlijden van een naaste.

Deel dit bericht: