Vennootschap onder firma (vof)

De vof is een samenwerkingsverband tussen personen (vennoten) die gericht is op het behalen van stoffelijk voordeel, waarbij de vennoten zowel kapitaalverschaffers als bestuurders zijn. Een vof valt onder de categorie personenvennootschap en bezit, in tegenstelling tot een rechtspersoon, geen rechtspersoonlijkheid. Veelal wordt een vof gebruikt als samenwerkingsvorm ter uitoefening van een bedrijf. In dit inleidende en algemene artikel volgt een korte uiteenzetting van de hoofdkenmerken van de vof. Er wordt in dit artikel uitgegaan van de ”normale” vof.

Oprichting
De vof wordt opgericht met een (vormvrije: dus mondelinge of schriftelijke) onderhandse overeenkomst. Een schriftelijke (authentieke) overeenkomst verdient, vanwege bewijstechnische redenen en de hierna te bespreken vertegenwoordigingsbevoegdheid, echter de voorkeur. Inbreng van de vennoten kan bestaan uit arbeid, kennis en kapitaal.

Afgescheiden vermogen
In de rechtspraak is bepaald dat een vof een afgescheiden vermogen heeft. Dit betekent dat privé schuldeisers van de afzonderlijke vennoten zich niet op het vermogen van de vof kunnen verhalen, alleen zaakscrediteuren kunnen zich hierop verhalen.

Vertegenwoordigingsbevoegdheid
Iedere vennoot is volledig vertegenwoordigingsbevoegd, tenzij diegene hiervan is uitgesloten (bij overeenkomst). In de vennootschapsovereenkomsten kunnen de vennoten allerlei beperkingen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid opnemen. Wanneer de beperking eveneens in het Handelsregister is gepubliceerd, dan kan deze beperking tegenover derden worden tegengeworpen waardoor de vof niet is gebonden.

Aansprakelijkheid
Iedere vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor verbintenissen die (door hemzelf of de andere vennoten) namens de vof zijn aangegaan. Hierdoor kan een zaakcrediteur zich zowel op het vermogen van de vof als op het privé vermogen van iedere vennoot verhalen. In het geval een vennoot een handeling onbevoegd verricht (dus buiten zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid treedt), dan bindt diegene alleen zichzelf en niet de vof. Hierbij kan gedacht worden aan de vennoot die een bedrijfsmiddel aanschaft met een aankoopbedrag wat zijn toegestane ”(bevoegdheids)limiet” overstijgt.

Tot slot was het voorheen gebruikelijk dat iedere vennoot failliet werd verklaard, indien het faillissement van de vof werd uitgesproken. Echter, is in 2015 bepaald dat het faillissement van de vof niet noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft.

Deel dit bericht: