Strafuitsluitingsgronden

Strafuitsluitingsgronden kunnen, zoals de naam al doet suggereren, de strafbaarheid van de dader laten vervallen. Strafuitsluitingsgronden zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden. Rechtvaardigingsgronden ontnemen de wederrechtelijkheid aan de gedraging en schulduitsluitingsgronden doen de verwijtbaarheid van de dader laten vervallen. Voorts zijn er algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden. In dit artikel gaat het specifiek over algemene strafuitsluitingsgronden en deze zijn in beginsel van belang voor alle strafbare feiten. Daarnaast kent de wet bijzondere strafuitsluitingsgronden en deze hebben betrekking op één delict of een groep delicten. Een voorbeeld van een bijzondere strafuitsluitingsgrond is artikel 184 Wegenverkeerswet waarin staat dat diegene die zich binnen twaalf uur meldt na een ongeval niet kan worden vervolgd voor het doorrijden. De algemene strafuitsluitingsgronden zijn:

  • Overmacht
  •  Noodweer(exces)
  • Handelen op gezag van de overheid
  • Ontoerekeningsvatbaarheid
  • Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
  • Afwezigheid van alle schuld

Om het artikel enigszins beknopt te houden worden enkel de strafuitsluitingsgronden overmacht en noodweer(exces) besproken.

Overmacht artikel 40 Wetboek van Strafrecht
Kent drie varianten: absolute overmacht, psychische overmacht en overmacht in de zin van noodtoestand.

Bij absolute overmacht (rechtvaardigingsgrond) is sprake van een absolute drang of dwang om een strafbaar feit te plegen. Doordat sprake is van een absolute drang of dwang is er geen of nauwelijks sprake van wilsvrijheid waarop aansprakelijkheidsstelling kan worden gefundeerd.

Voorbeeld
Een vader die aangifte moet doen van de geboorte van een kind, maar dat nalaat omdat hij aan huis is gekluisterd met een gebroken been.

Bij psychische overmacht (schulduitsluitingsgrond) is sprake van een buitenaf komende drang waaraan door de dader geen weerstand kon worden geboden en waaraan geen weerstand behoefde te worden geboden. Oftewel, de verdachte kon anders handelen, maar dat mocht door de bijzondere omstandigheden redelijkerwijs niet van hem worden gevergd.

Voorbeeld
Er stapt een persoon in de taxi, van diegene die zich beroept op psychische overmacht, en richt een geweer op het hoofd van de dader waarna de dader meerdere verkeersovertredingen begaat omdat hij anders wellicht wordt doodgeschoten.

Bij overmacht als in noodtoestand (rechtvaardigingsgrond) moet er sprake zijn van een conflict van plichten waarbij de dader voor de zwaarstwegende plicht moet kiezen, waardoor de gedraging van de dader wordt aanvaard.

Voorbeeld
Na sluitingstijd mag een opticien geen brillen meer verkopen, maar op dat moment komt een hulpbehoevende man langs wiens bril kapot is gegaan. Wanneer de opticien de man een bril verkoopt overtreedt hij de wet maar in dit geval weegt de maatschappelijke plicht om de man te helpen zwaarder.

Noodweer(exces) art. 41 Wetboek van Strafrecht
Bij noodweer (rechtvaardigingsgrond) gaat het om de situatie waarin de dader, zoals in de volksmond zouden worden gezegd, zelfverdediging heeft gebruikt. Om een succesvol beroep op noodweer te kunnen doen, moet aan de volgende vereisten uit de wet worden voldaan:

  • Wederrechtelijke aanranding (aanranding in strijd met de wet)
  • Ogenblikkelijk gevaar voor eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed
  • Noodzakelijkheid van het gepleegde feit ter wering van het door de aanranding ontstaan en niet anders te keren gevaar

Daarnaast moet de noodzakelijke verdediging aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit voldoen. Dit betekent dat de verdediging noodzakelijk moet zijn en de verdediging moet in redelijke verhouding met de ernst van de aanranding staan.

In de jurisprudentie van de Hoge Raad is bepaald dat dreigend gevaar ook voldoende kan zijn voor ogenblikkelijk dreigend gevaar.

Voorbeeld
Een jongeman is met zijn vrienden opstap en tijdens het feesten wordt hij plotseling door één onbekende man in de hoek van het café geduwd. Op dit moment kan hij geen kant meer op en op het moment dat de man uithaalt, bukt de jongeman en slaat de man tegen zijn lichaam waarna de jongeman verbijsterd wegloopt.

Bij noodweerexces overschrijdt de dader de grenzen van de noodzakelijke verdediging waardoor hij geen succesvol beroep op noodweer kan doen. Er zijn twee vormen van noodweerexces:

  • Intensieve exces -> er wordt disproportioneel opgetreden
  • Extensieve exces -> het te lang doorgaan met de verdediging

Om een succesvol beroep op noodweerexces (schulduitsluitingsgrond) te kunnen doen, moet aan de volgende vereisten uit de wet worden voldaan:

  • De overschrijding is het onmiddellijke gevolg van een hevige gemoedsbeweging
  • De hevige gemoedsbeweging is door de aanranding veroorzaak

Desondanks aan de bovenstaande vereisten is voldaan, kan het oorspronkelijke slachtoffer zover in zijn verdediging doorslaan waardoor zelfs een beroep op noodweerexces niet zal slagen. Hiervan zal sprake zijn als het oorspronkelijke slachtoffer na één klap het “slachtoffer” van het leven berooft met een honkbalknuppel.

Voorbeeld
Je wilt spullen uit je kofferbak halen en terwijl je dit aan het doen bent, word je plotseling hard tegen je achterhoofd aan geslagen. In een bui van ongecontroleerde woede begin je op de aanvaller in te slaan, maar in plaats van een enkele klap terug te geven sla je de aanvaller tien keer. Op dit moment is sprake van extensieve exces omdat het oorspronkelijke slachtoffer te lang door is gegaan met de verdediging, aangezien één of twee klappen voldoende waren om de aanval een halt toe te roepen.

Deel dit bericht: