Strafrechtelijke aansprakelijkheid voor privaatrechtelijke rechtspersonen

Een rechtspersoon kan zelf als juridische entiteit geen (rechts)handelingen verrichten. Daarvoor zijn (uiteindelijk) natuurlijke personen voor nodig. Denk bijvoorbeeld aan de bestuurder die de vennootschap vertegenwoordigt. Wil er sprake zijn van een strafbaar feit, dan dient er een dader te kunnen worden aangewezen (delictsomschrijvingen beginnen normaliter met ‘’hij die…’’). Een rechtspersoon kan wel degelijk aansprakelijk zijn voor strafbare feiten, ook indien de fysieke gedraging is begaan door een andere persoon. In dat geval wordt gesproken van functioneel daderschap van de rechtspersoon. Het klassieke arrest dat hoort bij dit leerstuk is het arrest HR Drijfmest, dat derhalve in dit artikel centraal staat.

Wetsingang voor strafrechtelijke aansprakelijkheid en jurisprudentie (Drijfmest)
Het vertrekpunt is artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daaruit volgt dat rechtspersonen strafbare feiten kunnen begaan (het functioneel daderschap). De Hoge Raad stelt voorop dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader indien de strafbare gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Of dat redelijk is hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de verboden gedraging.

Het kerncriterium of overkoepelend criterium is of de gedraging heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Hieronder worden de criteria nader uiteengezet die zijn te distilleren uit HR Drijfmest:

1. Normadressaat: het tenlastegelegde strafbaar feit moet zich er voor lenen dat het kan worden gepleegd door een rechtspersoon.

2. Redelijke toerekening: wil de gedraging aan de rechtspersoon worden toegerekend dan moet die toerekening ook redelijk zijn. Het kerncriterium voor het al dan niet in redelijkheid kunnen toerekenen is dat de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon is verricht.

Om na te kunnen gaan of er sprake is van het voorgaande, worden de onderstaande deelcriteria toegepast:

  • Het betreft handelen of nalaten van een fysieke dader, die uit hoofde van een dienstbetrekking of anderszins werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon.
  • De gedraging moet (los van het strafrechtelijke karakter) passen binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon.
  • De gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf (in andere woorden: de gedraging heeft de rechtspersoon voordeel opgeleverd, veelal is dat financieel voordeel).
  • De rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en de gedraging werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard. Hierbij verwijst de Hoge Raad naar de IJzerdraad-criteria voor het functioneel daderschap van natuurlijke personen.Hieruit volgen de eisen van (i) beschikkingsmacht over de gedraging en (ii) aanvaarding door de rechtspersoon van die gedraging.Beschikkingsmacht bestaat (onder meer) indien de rechtspersoon bevoegd is om in te grijpen, er bestaat een zekere zeggenschap over de gedragingen, een ondergeschiktheidsrelatie enzovoorts.Aanvaarding kan bestaan indien er sprake is van uitdrukkelijke goedkeuring of indien de rechtspersoon niet de zorg betracht die in redelijkheid van hem kon worden verwacht ter voorkoming van de gedraging.

3. Opzet of culpa (schuld) van de rechtspersoon: Hierbij is wederom de maatstaf of de opzet of culpa redelijkerwijs toerekenbaar is aan de rechtspersoon.

Daarbij kan worden gekeken naar:

  • Of het kan worden toegerekend aan een hooggeplaatste functionaris binnen de rechtspersoon.
  • Of het gelet op de bedrijfspolitiek (bijvoorbeeld een al dan niet gebrekkige hiërarchische verhouding en verantwoordelijkheidsstructuur) kan worden toegerekend.
  • Of het met een combinatie van 3.1 en 3.2 kan worden toegerekend.

NB: er hoeft niet aan alle ‘’deelcriteria’’ te zijn voldaan wil er sprake zijn van een redelijke toerekenbaarheid. Indien er aan veel criteria zijn voldaan dan is dat een indicatie dat de gedraging in redelijkheid is toe te rekenen aan de rechtspersoon.

Deel dit bericht: