Stichting preferente aandelen

Dit artikel geeft een korte introductie over de beschermingsconstructie van de bevriende stichting continuïteit. Deze beschermingsconstructie dient ter afwering van een vijandige overname door een aandeelhouder die middels aandelen (doorslaggevende) zeggenschap wil verwerven in een NV.

Doel van stichting
Een stichting continuïteit is een door de NV in het leven geroepen stichting, die dient ter bescherming van het vennootschappelijk belang. Door de NV te beschermen tegen vijandige overnames, wordt hierdoor de identiteit en ‘’soevereiniteit’’ van de NV gewaarborgd.

De kern van deze beschermingsconstructie is dat de stichting een zogenaamde calloptie heeft op preferente aandelen. Deze calloptie houdt in het recht om aandelen van de te beschermen NV te kopen, in geval van een (dreigende) vijandige overname door een derde partij.

Waarom preferente aandelen
Aan preferente aandelen is een voorrangsrecht bij dividenduitkering verbonden, inhoudende dat de preferent aandeelhouder met voorrang op de gewone aandeelhouders dividend krijgt uitgekeerd (op deze wijze komt de financiering van de preferente aandelen minder in gevaar). Voorts geldt voor preferente aandelen geen voorkeursrecht, inhoudende dat bij de uitgifte van preferente aandelen deze niet eerst moeten worden aangeboden aan de zittende aandeelhouders. De preferente aandelen zijn aandelen op naam, waardoor er eerst slechts 25% hoeft te worden gestort voordat de NV het heeft opgevraagd.

Door het inroepen van de calloptie (door middel van een kennisgeving door de stichting aan de NV), verkrijgt de stichting een zodanig aandelenpakket van de NV (waarbij de stichting een te bepalen bedrag van het geplaatste kapitaal van de NV vertegenwoordigt) dat hierdoor het stemrecht van de vijandige aandeelhouder verwatert, waardoor deze niet meer doorslaggevende zeggenschap heeft in de NV.

Contractuele en statutaire bepalingen
Tussen de stichting en NV zijn er veelal overeenkomsten gesloten, zoals de calloptieovereenkomst. In deze overeenkomst zijn nadere voorwaarden opgenomen waaronder de calloptie kan worden ingeroepen en op welke wijze dat moet geschieden. Uit de statuten van de NV kan overeenkomstig art. 2:96 BW blijken dat de AvA de bevoegdheid tot het verlenen van de calloptie heeft overgedragen aan een ander vennootschapsorgaan, zijnde het bestuur. Gelet op art. 2:96 lid 5 is de regeling van art. 2:96 BW ook van toepassing op het verlenen van een calloptie.

Voorts heeft een stichting, indien zij de meerderheid van de stemmen heeft, net als de ‘’gewone’’ Aandeelhoudersvergadering (doorslaggevende) zeggenschap bij besluiten die moeten worden genomen door de AvA (zie bijvoorbeeld art. 2:107a BW).

Zie voor een fraai voorbeeld van een stichting continuïteit/preferente aandelen hier.

Deel dit bericht: