Relatieve competentie

De regeling van de relatieve competentie geeft antwoord op de vraag welke rechter bevoegd is wanneer een burgerlijk geschil moet worden beslecht. In dit beknopte artikel wordt van een nationaal geschil uitgegaan waarbij de civiele procedure met een dagvaarding bij de rechtbank aanhangig dient te worden gemaakt.

Hoofdregel
Bevoegd is de rechter van de woonplaats van gedaagde. Heeft de gedaagde een onbekende woonplaats in Nederland, dan is bevoegd de rechter van zijn werkelijk verblijf.

Mede bevoegd
De wet bepaalt voor bepaald categorieën zaken dat een andere rechter mede bevoegd is. Wanneer een rechter mede bevoegd is, kan de eisende partij kiezen voor welke rechter hij de zaak aanhangig maakt. Dit is het geval bij arbeidszaken, consumentenzaken, onrechtmatige daadzaken. onroerende zaakgeschillen, erfrechtzaken, ondernemingsrechtelijke geschillen en bij faillissements- en surséancezaken.

Bij onroerende zaak geschillen is de rechter binnen wie zijn rechtsgebied de onroerende zaak zich bevindt mede bevoegd. Echter, als het gaat om een huurzaak dan is deze rechter uitsluitend bevoegd. Hierbij wordt dus eerst een alternatieve bevoegdheid gecreëerd en vervolgens wordt de bevoegdheid ingeperkt.

Forumkeuze
Partijen kunnen in een overeenkomst vastleggen dat een bepaalde rechter bevoegd is om te oordelen over een geschil. Dat wordt meestal overeengekomen vanuit een praktisch oogpunt. Wanneer dit beding rechtsgeldig is overeengekomen, is uitsluitend de aangewezen rechter bevoegd om te beslissen over geschillen die voortvloeien uit de overeenkomst. Echter, deze forumkeuze wordt door de wet onder omstandigheden terzijde gesteld.

Restbepaling
Als op grond van de vorige bepaling geen bevoegde rechter is aan te wijzen, dan is bevoegd de rechter van de woonplaats van de eiser. Wanneer de eiser eveneens geen woonplaats heeft dan is de rechter te Den Haag bevoegd.

Deel dit bericht: