Rechten van de verdachte

De verdachte is het ‘object’ van het strafrechtelijk onderzoek. Het strafrechtelijk onderzoek heeft (onder andere) als doel het nagaan of de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd en, zo ja, de strafoplegging aan de verdachte. Wat is een verdachte en welke rechten komen hem toe? In dit artikel volgt een beknopte en globale beschrijving van de belangrijkste rechten van de verdachte in het begin van de strafrechtelijke procedure.

Wetboek van Strafvordering
De verdachte en zijn rechten zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. Dit wetboek geeft bepalingen die in acht moeten worden genomen tijdens de vervolging en berechting van strafbare feiten. Het geeft onder andere omschrijvingen van de opsporingsbevoegdheden, procespartijen en de wijze waarop de rechter de strafzaak moet beoordelen tijdens de zitting.

Verdachte
Als een verdachte wordt aangemerkt de persoon waarvan, uit feiten of omstandigheden, een redelijk vermoeden van schuld is ontstaan aan een strafbaar feit. Deze feiten zijn bijvoorbeeld diefstal, moord, mishandeling et cetera (geregeld in het Wetboek van Strafrecht). Zodra een opsporingsambtenaar (zoals een politieagent of officier van justitie) een redelijk vermoeden heeft gekregen dat de persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, wordt de persoon dus aangemerkt als een verdachte. Hierdoor treden de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering in werking op de, als verdachte aangemerkte, persoon.

Rechten van verdachte
Een verdachte heeft (tijdens de aanhouding en het verdere strafrechtelijk onderzoek) verschillende (verdedigings)rechten.

Zwijgrecht
De verdachte heeft een zwijgrecht, inhoudende dat hij niet verplicht is tot het beantwoorden van vragen van opsporingsambtenaren. Zijn naam en andere identiteitsgegevens moet hij echter wel geven. De mededeling van zijn zwijgrecht, ook wel de cautie genoemd, moet de opsporingsambtenaar vóór het verhoor aan hem geven. Doet de opsporingsambtenaar dat niet, dan kan dat tot gevolg hebben dat de verklaring die volgt uit het verhoor niet mag dienen als bewijs in de strafzaak. Van deze bewijsuitsluiting is alleen sprake als de verdachte, door het niet krijgen van de cautie, in zijn belangen is geschaad (dus niet zijn procespositie kon bepalen door het uitblijven van de cautie). Een verhoorde advocaat dient zijn zwijgrecht te kennen en door het uitblijven van de cautie is hij dan ook niet in zijn belangen geschaad.

Het nemo-tenetur beginsel hangt samen met het zwijgrecht. Dat beginsel houdt in dat een verdachte niet hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling, bijvoorbeeld door het afleggen van gedwongen verklaringen. Daarom geldt er ook een pressieverbod, zijnde het verbod om ongeoorloofde druk uit te oefenen op de verdachte om een verklaring af te leggen. Het dwingen van een belastende verklaring door middel van (bedreiging met) marteling is ook in strijd met het nemo-tenetur beginsel.

Recht op een advocaat
Verder heeft de verdachte recht op bijstand door een raadsman (advocaat). De raadsman geeft juridisch advies, steun en bewaakt het recht op een eerlijk proces voor de verdachte. De aangehouden verdachte heeft vóór het eerste verhoor recht op consultatie met zijn raadsman, maar deze mag tijdens het verhoor niet aanwezig zijn. Uit de rechtspraak van het Europese Hof volgt dat minderjarigen wel recht hebben op aanwezigheid van hun raadsman tijdens het eerste verhoor. De verdachte heeft recht op vrij contact met zijn raadsman.

Recht op inzage van processtukken
De verdachte heeft het recht om (op zijn verzoek) inzage te krijgen in bepaalde (al dan niet vertaalde) processtukken en afschriften daarvan. Dat zijn bijvoorbeeld zijn processen-verbaal van zijn verhoor. Hierdoor krijgt de verdachte inzicht in het onderzoek dat tegen hem wordt gedaan en kan hij zijn verdediging zinvol voorbereiden.

Mensenrechten
Verder zijn in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ook enkele rechten (en verboden voor de opsporende autoriteiten) opgenomen. Daaronder vallen bijvoorbeeld het recht op een eerlijk proces en het verbod van foltering (marteling). Deze rechten in reeds in dit artikel aan bod gekomen. De voorgenoemde rechten van de verdachte vloeien voort uit het EVRM.

Tot slot kan ook nog worden opgemerkt dat de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting het recht heeft om (onder omstandigheden) getuigen en deskundigen op te roepen die hem kunnen helpen om de waarheid boven tafel te krijgen.

Deel dit bericht: