Praesumptio innocentiae

In het strafrecht geldt de zogenaamde onschuldpresumptie. Wat houdt in dit? In dit artikel volgt een korte uitleg.

Voor de verdachte
De onschuldpresumptie geldt voor de verdachte tijdens het strafrechtelijk onderzoek. Dit verklaart ook waarom de wet (het Wetboek van Strafvordering) bewust de term ‘verdachte’ gebruikt tijdens het gehele strafrechtelijk onderzoek. De verdachte is pas schuldig als de rechter zijn schuld heeft geoordeeld. In andere woorden: de verdachte is onschuldig totdat het tegendeel wordt bewezen. De onschuldpresumptie is niet zozeer een recht van de verdachte, maar een beginsel van het recht op een eerlijk proces. Voor de rechten van de verdachte, zie hier.

In de wet
De onschuldpresumptie is letterlijk opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheid. Het recht op een eerlijk proces omhelst ook dat tegen de verdachte waartegen een strafrechtelijke vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte (door de rechter) is komen vast te staan. Het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bevat een vergelijkbare bepaling. Ook bepaalt dat de wet dat de zittingsrechter op het onderzoek ter terechtzitting op geen enige wijze blijk mag geven van een overtuiging van schuld of onschuld van de verdachte. Dat hangt samen met rechterlijke onpartijdigheid.

In de media
Gesteld kan worden dat er door de media in (spraakmakende) strafzaken enige afbreuk wordt gedaan aan de onschuldpresumptie door de wijze waarop er wordt gesproken over de verdachte. Het Openbaar Ministerie (de openbare aanklager) moet haar uitlatingen in de media over de verdachte en de betreffende strafzaak  beperken tot het geven van informatie over vaststaande feiten. Het OM mag ook geen strafrechtelijk kwalificerende conclusies geven over de (strafzaak tegen de) verdachte.

Deel dit bericht: