Overhangende takken verwijderen

Het ”burenrecht”, opgenomen in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, regelt de juridische verhouding tussen eigenaars van naburige erven. Het bevat onder andere bepalingen over beplantingen, schuttingen en burenhinder. In dit artikel wordt ingegaan op de wettelijke bepalingen omtrent beplantingen en dan met name over beplanting van de buur die over de erfgrens hangt.

Beplantingen
In het burenrecht wordt onder beplantingen verstaan alle planten, bomen en dus ook struiken en heggen (art. 5:42 lid 1 BW). Het burenrecht is van toepassing zodra, zoals de naam al zegt, er sprake is van een burenrelatie (aangrenzende erven).

Afstand van de erfgrens
Voorop staat dat buren geen beplantingen mogen hebben die te dicht op de erfgrens (schutting of muur) staan. Wat is dan te dicht? Voor bomen geldt een afstand van minimaal twee meter, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom (art. 5:42 lid 1 en 2 BW). Voor heggen geldt een afstand van minimaal een halve meter. Deze afstanden kunnen echter in een gemeentelijke verordening (een AVP: Algemene Plaatselijke Verordening) worden verkleind.

Indien de beplanting niet hoger is dan de scheidingsmuur, moet de buur deze beplanting dulden (art. 5:42 lid 3 BW). Als het gaat om een erf wat grenst aan een openbare weg, dan mogen beplantingen (van de gemeente) wel dichterbij de erfgrens staan dan de hiervoor genoemde afstanden.

Overhangende beplantingen
Dat beplanting dicht bij een erfgrens staat, zal niet altijd storend zijn. Het wordt een ander verhaal als de beplanting over de erfgrens gaat groeien. Dit kan negatieve en vervelende gevolgen hebben voor de buur. Hij kan bijvoorbeeld minder zonlicht ontvangen of hij zal steeds de vallende bladeren moeten opruimen. Ook kan gedacht worden aan vallende eikels op de auto van de buur.

Overhangende takken mogen niet zomaar worden verwijderen. Op grond van de wet zal de buur van wie de overhangende beplanting is, eerst moeten worden aangemaand (verzocht) om de takken zelf te verwijderen (art. 5:44 lid 1 BW). Dat houdt in dat er (bij voorkeur) met een schriftelijke brief aan de buur wordt verzocht om de overhangende takken zelfstandig te verwijderen. In de brief moet ook een redelijke termijn worden gesteld (meestal een aantal weken) waarbinnen de buur de takken zelf moet verwijderen.

Als de aan de buur gestelde termijn is verstreken, dan mag men op grond van de wet de takken zelf verwijderen. Dat wordt ook wel populair het snoeirecht genoemd. De takken zijn na het snoeien geen eigendom meer van de eigenaar van de plant/boom, waardoor de afgesneden takken niet over de schutting mogen worden gegooid.

Eventuele kosten van het weghalen kunnen worden verhaald op de eigenaar van de beplantingen die verwijderd zijn.

Doorschietende boomwortels mogen zonder schriftelijke aanmaning worden verwijderd (art. 5:44 lid 2 BW).

Beplantingen en hinder
Als beplanting aantoonbaar hinderlijk is voor de andere buur, dan kan worden gevorderd dat die beplanting moet worden verwijderd, ook al staat deze ver genoeg van de erfgrens. Of dat daadwerkelijk kan, hangt af van de omstandigheden van het geval (zie art. 5:37 BW). Wanneer er bijvoorbeeld een gevaarlijke situatie is ontstaan door de groei van een boom, zal het eerder rechtmatig zijn om deze te verwijderen op grond van hinder.

Verjaring
Als een boom er al 20 jaar staat, heeft dat tot gevolg dat deze in principe niet meer verwijderd mag worden. Dat speelt onder andere ook bij erfdienstbaarheid (zie hier). Oude foto’s kunnen bijvoorbeeld aantonen dat een boom er al een lange tijd staat. Bij aantoonbare hinder (zie hiervoor) kan beplanting, ondanks verjaring, worden verwijderd.

Bomen van de gemeente
Zelfs bomen op de openbare weg van de gemeente kunnen worden verzocht om te worden verwijderd, indien deze hinder veroorzaken voor de eigenaar van het aangrenzend erf. In de rechtspraak is echter naar voren gekomen dat het voorgenoemde recht niet opgaat wanneer de gemeente een juiste belangenafweging heeft gemaakt.

Om een boom van de gemeente te mogen verwijderen, mag het publieke belang van de aanwezigheid van de boom niet groter zijn dan het belang van de eigenaar van het erf om geen last van de boom te ondervinden. Hierbij geldt ook dat als een boom schade veroorzaakt, het snel wordt aangenomen dat de boom verwijderd mag worden óf dat er vanuit de gemeente passende herstellende maatregelen moeten worden genomen.

Als een boom van de gemeente beeldbepalend is, dan mag deze in principe niet worden verwijderd. De boom moet daarbij passen in het groenbeleid van de betreffende gemeente. Daar is bijvoorbeeld sprake van bij een boom die onderdeel is van een lange (monumentale) bomenrij of wanneer de boom bijdraagt aan het dorpsschoon.

De praktijk
Ook al heeft een buur bepaalde rechten omtrent het snoeien en weghalen van beplantingen van de andere buur, is het maar de vraag of het verstandig is om deze rechten uit te oefenen. Er kan een conflict ontstaan tussen de buren, wat een kettingreactie kan veroorzaken. Daarom is het verstandig om eerst samen met de buur te overleggen wat de mogelijkheden zijn. Ook is het zo dat men nu eenmaal enige hinder dient te tolereren. Dat wil zeggen dat takken een paar centimeter over de schutting mogen hangen.

Met betrekking tot de gemeente: aanbevolen wordt om een dossier op te bouwen over de boom in kwestie die verwijderd moet worden. Er moet duidelijk onderbouwd worden waarom de boom een ongewenste situatie veroorzaakt. Hiervoor dienen redelijke en bewijsbare argumenten te worden aangedragen. Een verzoek aan de gemeente tot verwijdering of andere (herstel)maatregelen zal dan meer kans van slagen hebben.

Deel dit bericht: