Omzetting van rechtspersonen

Kan een stichting zonder meer worden omgezet naar een commerciële BV? Wat zijn de vereisten voor een geldige omzetting? In dit artikel volgt een algemene uitleg over omzetting en de wettelijke vereisten daarvoor.

Grondslag
Uit artikel 2:18 lid 1 BW volgt dat een rechtspersoon (zie onder meer art. 2:3 BW) kan worden omgezet in een andere rechtsvorm. Allerlei omzettingen zijn mogelijk, van BV naar NV, van BV naar vereniging, van NV naar stichting et cetera. De wet stelt in art. 2:18 lid 2 BW enkele eisen voor een geldige omzetting.

Eisen
Hieronder volgt een beknopte toelichting van de vereisten uit art. 2:18 lid 2 sub a tot en met c BW. Een omzetting vereist:

  1. Besluit tot omzetting
    Dit besluit moet vanzelfsprekend worden genomen door een vennootschapsorgaan, in dit geval de Algemene vergadering van Aandeelhouders. Het besluit wordt genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot statutenwijziging (zie bijvoorbeeld art. 2:231 BW voor de BV). Het besluit vereist een gekwalificeerde meerderheid; het moet worden genomen met ten minste negen tiende van de uitgebrachte stemmen. Deze eis wordt gesteld om een lichtvaardig omzettingsbesluit te voorkomen. Uit art. 2:18 lid 3 BW volgt echter dat deze gekwalificeerde meerderheidseis niet is vereist voor een omzetting van een NV naar BV en vice versa.
  2. Besluit tot statutenwijziging
    Dit is een logisch vereiste, aangezien door verandering van de rechtsvorm het doel, de strekking en de interne verhoudingen van de rechtspersoon veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de stichting die wordt omgezet in een BV.
  3. Notariële akte die de nieuwe statuten bevatten
    Dit is een formele eis die geen nadere toelichting behoeft.

Voorts volgt uit art. 2:18 lid 7 BW dat van de omzetting melding moet worden gemaakt in het Handelsregister. Dit is ten behoeve van kenbaarheid aan derden. Tevens bepaalt de wet uitdrukkelijk dat door omzetting het bestaan van de rechtspersoon niet wordt beëindigd, zie daarvoor art. 2:18 lid 8 BW. Het vermogen van de rechtspersoon blijft, doordat zij blijft voortbestaan, na omzetting een verhaalsobject voor crediteuren van de rechtspersoon.

Omzetting van en naar stichting
Verder bevat art. 2:18 lid 4, 5 en 6 BW bijzondere bepalingen omtrent de omzetting van en naar stichtingen. Deze omzetting vereist een rechterlijke machtiging, die louter kan worden verzocht door de rechtspersoon zelf (vergezeld met een notarieel ontwerp van de akte). De statuten moeten bevatten dat het vermogen van de rechtspersoon na omzetting slechts met toestemming van de rechter voor een andere reden dan het statutaire doel dat de rechtspersoon vóór de omzetting had, mogen worden gebruikt. Dit is bijvoorbeeld om te voorkomen dat een stichting door collectes vermogen opbouwt en na omzetting naar een BV en of NV dit vermogen gaat gebruiken voor dividenduitkeringen aan aandeelhouders. Zie ook art. 2:71 en 2:181 BW, die specifieke bepalingen bevatten voor omzetting van NV’s en BV’s.

Deel dit bericht: