Natuurlijke verbintenissen: van spel en weddingschap

Het verbintenissenrecht kent zogenaamde natuurlijke verbintenissen. Deze verbintenissen kenmerken zich doordat zij rechtens niet afdwingbaar zijn, dat wil zeggen dat men geen rechtsvordering kan instellen om de natuurlijke verbintenis af te dwingen (zie artikel 6:3 Burgerlijk Wetboek). Dat betekent dat de schuldenaar niet rechtens verplicht is tot nakoming en dat de schuldeiser niet rechtens bevoegd is tot het vorderen van nakoming.

De wet bepaalt wanneer een verbintenis een natuurlijke verbintenis is. De wet bepaalt uitdrukkelijk in art. 7A:1825 BW dat een schuld uit spel of weddingschap geen rechtsvordering toelaat. De overeenkomst van spel en weddingschap is een bijzondere overeenkomst en derhalve opgenomen in Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek. De wet gebruikt in Boek 7A de term weddingschap, derhalve zal deze term in dit artikel ook worden gehanteerd. Daarnaast is art. 7A:1828 BW belangrijk, nu daaruit volgt dat indien een schuldenaar eenmaal de schuld heeft betaald aan de schuldeiser, de schuldenaar het betaalde bedrag niet terug mag vorderen van de schuldeiser. De schuldenaar kan dus nakomen (de schuld betalen), maar die betaling is geen onverschuldigde betaling in de zin van art. 6:203 BW. Wanneer valt een spelsituatie onder art. 7A:1825 BW? Indien het een spelsituatie betreft tussen gezinsleden, familie of bijvoorbeeld (studenten)vereniging. Overige spelsituaties, zoals bedrijfsmatige en stelselmatige kansspelen (zoals casino’s) vallen onder de Wet op de kansspelen. Indien een kansspel voldoet aan de eisen zoals opgenomen in die wet dan is de overeenkomst die uit het spel ontstaat een volwaardige overeenkomst. Uit art. 39 Wet op de kansspelen volgt immers dat op prijzen en premies behaald in gelegenheid (bijvoorbeeld in bedrijfsmatige casino’s die in het bezit zijn van de vereiste vergunning van de Wet op de kansspelen) art. 7A:1825 BW niet van toepassing is. Dergelijke prijzen kunnen derhalve in rechte worden afgedwongen.

Ook interessant is dat in de rechtspraak is bepaald dat een loterij niet valt onder de werking van art. 7A:1825 BW, nu een loterij niet kan worden aangemerkt als een kansspel.

Partijen (schuldenaar en schuldeiser) kunnen een natuurlijke verbintenis door middel van een overeenkomst omzetten naar een rechtens afdwingbare verbintenis (art. 6:5 BW). Via de contractuele weg kan de nakoming van een dergelijke verbintenis dan alsnog via de rechter worden afgedwongen. De mogelijkheid tot rechtsgeldige omzetting is echter uitgesloten voor spel en weddingschap, omdat uit art. 7A:1827 BW volgt dat art. 7A:1825 BW van dwingend recht is. Een omgezette natuurlijke verbintenis uit spel en weddingschap zal in dat geval in strijd zijn met het recht (art. 3:40 BW).

Deel dit bericht: