Instructiebevoegdheid in open en besloten verhoudingen

De titel spreekt voor velen waarschijnlijk geen boekdelen waardoor dit eerst nader wordt toegelicht.

Met instructiebevoegdheid wordt gedoeld op de bevoegdheid die de algemene vergadering van aandeelhouder (AvA) in sommige situaties heeft om het bestuur naar haar aanwijzingen te laten handelen. Vervolgens doelt het gedeelte “open en besloten verhoudingen” op de inrichting van de rechtspersoon. Binnen een beurs-NV kent men een open verhouding met een verspreid aandelen bezit en bij een BV is sprake van een besloten verhouding waarbij de aandeelhouders bekend zijn en niet zomaar kunnen toetreden.

Open verhouding
Uit het decennia oude Forumbank arrest valt te herleiden dat het bestuur van een NV autonoom is in zijn taakuitoefening. Deze rechtsregel wordt veelal in de jurisprudentie herhaald, onder andere, in de arresten OK Stork en HR ABN AMRO/VEB. Concreet gezegd betekent deze rechtsregel in de huidige tijd dat het bepalen van het beleid van de vennootschap een exclusieve bevoegdheid van het bestuur is waarmee de AvA zich niet dient te bemoeien. Kortom, de AvA heeft binnen een open verhouding geen instructiebevoegdheid aan het bestuur.

Echter, wanneer het bestuur een zogenaamd kernbesluit moet nemen, dan moet het bestuur eerst goedkeuring aan de AvA vragen op grond van art. 2:107a lid 1 BW. Een kernbesluit is een besluit van het bestuur die een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming teweegbrengt. Wanneer het bestuur dit besluit zonder de goedkeuring van de AvA neemt, wordt de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aangetast waardoor het besluit rechtsgeldig blijft (zie art. 2:107a lid 2 BW). Desalniettemin zal het bestuur die deze handeling zonder de goedkeuring van de AvA verricht in beginsel op grond van art. 2:9 BW intern aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Opmerking verdient dat in het arrest HR ABN AMRO/VEB is bepaald dat art. 2:107a BW restrictief moet worden uitgelegd. Dit betekent dat het bestuur slechts in uitzonderlijke situaties goedkeuring aan het de AvA moet vragen.

Besloten verhouding
Dat het bestuur binnen een gesloten verhouding zich, onder omstandigheden, dient te gedragen naar instructies van een ander orgaan is in de wet geregeld. In art. 2:239 lid 4 BW staat:

“De statuten kunnen bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een ander orgaan van de vennootschap. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.”

Kortom, wanneer in de statuten wordt opgenomen dat het bestuur zich naar aanwijzingen van de AvA dient te gedragen dan heeft de AvA in beginsel instructiebevoegdheid jegens het bestuur. Er staat in beginsel omdat het bestuur een aanwijzing niet hoeft op te volgen indien bijvoorbeeld de aanwijzing in strijd is met de statuten of wettelijke voorschriften.

Op het vereiste dat de instructiebevoegdheid in de statuten moet zijn opgenomen, bestaat een uitzondering. Wanneer er namelijk tussen de rechtspersonen sprake is van een moeder-dochterverhouding hoeft de instructiebevoegdheid niet in de statuten te zijn opgenomen. Dit is te destilleren uit de uitspraak Rb. Kuiken Brabant waaruit is te herleiden dat het bestuur van een dochtervennootschap zich dient te gedragen naar aanwijzingen van de moedervennootschap.

Deel dit bericht: