Indemniteitsbeginsel

Het indemniteitsbeginsel is een belangrijk beginsel binnen het verzekeringsrecht en dan specifiek voor de schadeverzekering. Deze soort verzekering strekt tot vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen leiden, aldus Artikel 7:944 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Voorts is art. 7:960 BW van belang, nu hierin het belangrijkste aspect van het indemniteitsbeginsel wordt omschreven:

“De verzekerde zal krachtens de verzekering geen vergoeding ontvangen waardoor hij in een duidelijk voordeliger positie zou geraken.”

Ter verduidelijking van het indemniteitsbeginsel wordt een gedeelte van het Kraaijbeek-arrest geciteerd, waarin de Hoge Raad spreekt over het indemniteitsbeginsel. Dit arrest komt uit 1978 waardoor art. 246 van het Wetboek van Koophandel wordt aangehaald, omdat destijds het verzekeringsrecht in het Wetboek van Koophandel was geregeld.

“In verschillende onderdelen van het middel wordt uitdrukkelijk of stilzwijgend een beroep gedaan op het zgn. indemniteitsbeginsel dat aan het Nederlandse schadeverzekeringsrecht, zoals ook de omschrijving van die verzekering in art. 246 WvK doet uitkomen, ten grondslag ligt, en welk beginsel meebrengt dat de verzekeringsovereenkomst behoort te zijn gericht op de vergoeding van de schade welke de verzekerde zal lijden als gevolg van het onzeker voorval waartegen de verzekering dekking geeft, en niet de strekking mag hebben dat de verzekerde als gevolg van het intreden van dat voorval in een duidelijk voordeliger positie geraakt.”

Kortom, het indemniteitsbeginsel zorgt ervoor dat de verzekerde door de uitkering van de verzekeraar in principe niet in een voordeliger positie zal terechtkomen. Hierdoor mag de verzekeraar bijvoorbeeld niet met de verzekeringsnemer overeenkomen, dat bij schade 110% van de waarde van de zaak wordt vergoed.

Echter, zijn er situaties toegestaan waarin de verzekerde feitelijk gezien door de uitkering in een voordeliger positie geraakt. Stelt u zich voor dat u een brandverzekering heeft afgesloten waarin verzekering naar herbouwwaarde is overeengekomen en vervolgens brandt uw tien jaar oude bedrijfsgebouw af. Wanneer de verzekeraar in deze situatie uitkeert, zult u in een voordeliger positie terechtkomen vanwege het feit dat u een nieuw bedrijfsgebouw verkrijgt. Deze situatie is niet in strijd met het indemniteitsbeginsel, omdat de economische waarde en de functie van het bedrijfsgebouw hetzelfde blijven.

Het indemniteitsbeginsel is een interessant en soms ingewikkeld beginsel binnen het verzekeringsrecht waarover veel valt te zeggen. Hopelijk heeft u door dit artikel enigszins inzicht over dit fascinerende beginsel verkregen.

Deel dit bericht: