Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Een bestuurder van een vennootschap (BV of NV) kan door een derde aansprakelijk worden gesteld. Dit leerstuk wordt externe bestuurdersaansprakelijkheid genoemd. In dit artikel wordt specifiek op de mogelijkheid van een derde ingegaan om een bestuurder op grond van een onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aansprakelijk te stellen. Het artikel gaat uit van enige (voor)kennis van het Nederlands ondernemingsrecht en aansprakelijkheidsrecht van de lezer.

Oorsprong ernstig verwijt criterium
In sommige situaties biedt de BV geen verhaal voor de opeisbare vordering van de crediteur, met als gevolg dat de crediteur schade lijdt. Deze schade kan de crediteur proberen te verhalen op de bestuurder door het instellen van een vordering op grond van een onrechtmatige daad jegens de bestuurder. De bestuurder moet in zijn hoedanigheid als bestuurder onvoldoende mate rekening met de belangen van de crediteur hebben gehouden, waardoor de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt treft. Dit vereiste vindt zijn oorsprong in de jurisprudentie en wordt als extra vereiste aan de normale vereisten van een onrechtmatige daad gesteld. De normale vereisten van een onrechtmatige daad zijn kort samengevat:

  1. het moet gaan om een daad of nalaten
  2. de daad moet onrechtmatig zijn jegens de crediteur
  3. de daad moet toerekenbaar zijn aan de schuldenaar
  4. de crediteur moet schade hebben geleden
  5. de schade moet zijn ontstaan door de daad
  6. de geleden schade van de crediteur moet onder de bescherming van de geschonden norm vallen

Het vereiste van een persoonlijk ernstig verwijt wordt gesteld, zodat een bestuurder niet aansprakelijk is voor elke gemaakte fout. Wanneer de bestuurder heeft gehandeld als een redelijk bekwame en redelijk handelende functionaris die zijn taak berekend en nauwgezet vervult, treft de bestuurder geen persoonlijk ernstig verwijt en is de onrechtmatige daad niet aan de bestuurder toerekenbaar.

Wanneer treft de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt?
Uit de rechtspraak zijn twee categorieën te onderscheiden wanneer de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt treft, deze categorieën zijn:

  1. De situatie waarin de bestuurder een verplichting aangaat terwijl de bestuurder weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen, dat de vennootschap haar betalingsverplichting niet kan nakomen en de vennootschap geen verhaal zal bieden voor de schade die als gevolg hiervan optreedt. Deze situatie wordt ook wel omschreven als de situatie waarin de bestuurder de vennootschap te lichtvaardig heeft verbonden.
  2. De situatie waarin een bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichting niet nakomt of een onjuiste schijn van kredietwaardigheid van de vennootschap tegen de derde in stand houdt. Deze situatie wordt ook wel omschreven als frustratie van verhaal.

Praktijkvoorbeeld van categorie 2
Een bank heeft twee kredieten verstrekt aan de bv ter financiering van (onder andere) een actie van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Tevens is afgesproken dat de vergoeding, die de bv van het WNF ontvangt, ter aflossing van beide kredieten wordt aangewend. Echter, de bv heeft de vergoeding voor een ander doeleinde gebruikt. Door deze handeling heeft de bestuurder bewerkstelligd dat de bv haar contractuele verplichting tegenover de bank tot aflossing van de kredieten niet nakomt. In casu valt te spreken van betalingsonwil van de bestuurder jegens de bank.

Conclusie
Het persoonlijk ernstig verwijt vereiste zorgt ervoor dat een bestuurder van een vennootschap niet eenvoudig door een derde aansprakelijk kan worden gesteld. In veel situaties zal het overduidelijk zijn dat de bestuurder onrechtmatig jegens een crediteur heeft gehandeld, maar zal de onrechtmatige gedraging niet aan de bestuurder toerekenbaar zijn. Ondanks de uitkomst dat een bestuurder met veel handelingen zal wegkomen, is het vereiste van een persoonlijk ernstig verwijt wenselijk in de moderne maatschappij zodat bestuurders risico’s kunnen nemen.

Deel dit bericht: