De elementen van het Awb-besluit

Een overheidshandeling kan als een besluit worden aangemerkt. Als er sprake is van een besluit dan is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veelal van toepassing. Denk bijvoorbeeld aan vergunningen, subsidies en bestemmingsplannen. Tegen een besluit staat rechtsbescherming open, namelijk bezwaar en beroep. In dit artikel wordt een (theoretische) uitleg gegeven de elementen van het besluitbegrip.

Voorwaarden besluit
Wil een overheidshandeling worden aangemerkt als een besluit, dan moet deze handeling aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in art. 1:3 Awb en zijn hieronder uiteengezet.

Het besluit moet:

  1. schriftelijk zijn,
  2. een beslissing zijn,
  3. afkomstig zijn van een bestuursorgaan,
  4. op basis van een publiekrechtelijke bepaling zijn genomen en
  5. een rechtshandeling zijn.

Schriftelijk
Een mondeling besluit is geen besluit in de zin van de Awb. Dat een beslissing een besluit is, moet kenbaar zijn uit een schriftelijk stuk. Schriftelijk omvat hier ook elektronische stukken, zoals bestanden (e-mails).

Beslissing
Het bevoegde bestuursorgaan moet een daadwerkelijke beslissing hebben genomen. Er moet sprake zijn van een keuzemoment. Het bestuursorgaan moet (procedurele) handelingen hebben verricht die gezamenlijk hebben geleid tot het besluit.

Bestuursorgaan
De beslissing tot een besluit moet zijn genomen door een bestuursorgaan. Dit is, naast het besluitbegrip, een belangrijk begrip in het bestuursrecht en de Awb. Voorbeelden van bestuursorganen op gemeentelijk niveau zijn het College van Burgemeester & Wethouder, de gemeenteraad en de Burgemeester afzonderlijk. Op het niveau van de Staat kan de minister worden genoemd.

Publiekrecht
Het besluit moet op basis van een publiekrechtelijk voorschrift zijn genomen. Concreter gezegd, het besluit moet zijn genomen op basis van een geschreven wettelijke bevoegdheid.

Rechtshandeling
Een rechtshandeling is een handeling gericht op enig rechtsgevolg. Door een rechtshandeling verandert de rechtspositie van de persoon die de rechtshandeling verricht of ermee wordt geconfronteerd. Door het afgeven van een vergunning aan een aanvrager, krijgt hij het recht om een (voor hem voorheen) verboden handeling uit te voeren.

Uitbreiding besluitbegrip
Als een handeling niet valt onder de hiervoor genoemde voorwaarden, brengt dat niet altijd met zich mee dat er geen sprake is van een besluit. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

  1. De afwijzing van een aanvraag, zoals de afwijzing van een subsidie of uitkering (art. 1:3 lid 2 Awb).
  2. Het niet behandelen van een aanvraag wegens het niet voldaan aan wettelijke voorschriften die worden gesteld aan de aanvraag (art. 6:2 onder a Awb).
  3. Het niet tijdig nemen van een besluit, dus wanneer een besluit na verloop van een redelijke termijn uitblijft (art. 6:2 onder b Awb).

De bovenstaande voorbeelden zijn allemaal besluiten in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus ook bezwaar worden ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en kan er beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Let echter op art. 8:3, 8:4 en 8:5 Awb waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat tegen de daarin genoemde besluiten geen beroep (en derhalve geen bezwaar) kan worden ingesteld.

Deel dit bericht: