Eigendomsvoorbehoud: een introductie

Een standaard goederenrechtelijke (en tevens ook verbintenissenrechtelijke) figuur is het eigendomsvoorbehoud (artikel 3:92 van het Burgerlijk Wetboek). In dit artikel wordt een introductie gegeven over deze overdrachtsconstructie. Her en der wordt aandacht besteed aan enkele voor de praktijk interessante details.

Eigendomsvoorbehoud is net als pand- en hypotheekrecht een figuur ter verkrijging van zekerheid tot voldoening van een vordering. In het geval van eigendomsvoorbehoud behoudt de verkoper het eigendomsrecht van de geleverde zaak ter waarborg dat de koper de koopprijs zal betalen.

Overdracht onder eigendomsvoorbehoud
De overdracht ziet er als volgt uit (3:84 lid 1 BW):

  • Titel (koopovereenkomst waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn waarin de clausule over eigendomsvoorbehoud is opgenomen)
  • Levering (Machtsverschaffing, zie art. 3:91 BW)
  • Beschikkingsbevoegdheid (aangenomen wordt dat de verkoper rechthebbende is van de zaak en derhalve bevoegd is om de zaak te vervreemden)

Voorwaardelijke eigendomsoverdracht
Er vindt, gelet op voorgaande, een normale overdracht plaats. Het is echter een overdracht onder ontbindende en opschortende voorwaarde:

  • Voor de verkoper is het onder ontbindende voorwaarde van verzuim van de koper; indien de koper in verzuim is met haar betalingsverplichting, wordt de ontbindende voorwaarde vervuld en wordt de verkoper weer rechthebbende. De verkoper kan in dat geval de zaak revindiceren (art. 5:2 BW), omdat de koper dan de zaak zonder recht houdt.
  • Voor de koper is het onder opschortende voorwaarde van betaling; indien de koper (of een derde) de koopprijs betaalt aan de verkoper dan wordt de opschortende voorwaarde vervuld. Hierdoor wordt de koper onvoorwaardelijk eigenaar van de zaak. Tot die tijd is de koper voorwaardelijk eigenaar (onder opschortende voorwaarde).

Beschikkingsbevoegdheid partijen
Beide partijen zijn tot vervulling van de voorwaarde voorwaardelijk eigenaar (en beschikkingsbevoegd). Dat betekent dat de verkoper de zaak (tot vervulling van de voorwaarde) alsnog rechtsgeldig kan overdragen, doch slechts met de ontbindende voorwaarde (zie art. 3:84 lid 4 BW). Anders gezegd: de verkoper is beperkt beschikkingsbevoegd.

De koper is in beginsel niet beschikkingsbevoegd. Zij is immers (tot vervulling van de voorwaarde) houder van de zaak. De rechtsverhouding tussen verkoper en koper kan meebrengen dat de koper, ondanks het eigendomsvoorbehoud, bevoegd is om de zaak in de normale uitoefening van diens bedrijf te vervreemden. De verkoper heeft daar baat bij, omdat de koper hierdoor de zaak kan verkopen en geld kan genereren voor terugbetaling aan de verkoper. Een dergelijke clausule zal normaliter worden opgenomen in de koopovereenkomst dan wel algemene voorwaarden van de verkoper. Indien een dergelijke clausule niet is opgenomen, moet worden aangenomen dat de koper niet beschikkingsbevoegd is om de zaak over te dragen aan een derde. Mocht de koper dan alsnog pogen over te dragen dan is hij beschikkingsonbevoegd. De derde komt in dat geval wellicht nog een beroep toe op derdenbescherming.

Koper onder eigendomsvoorbehoud mag verpanden
Uit een recentelijk arrest van de Hoge Raad (HR Rabobank/Reuser q.q.) volgt dat een koper onder eigendomsvoorbehoud bevoegd is om zaken te verpanden. De reden om dat aan te nemen is dat de koper voorwaardelijk eigenaar is (en derhalve bevoegd om voorwaardelijk beperkte rechten te vestigen). Er wordt dan een onvoorwaardelijk pandrecht gevestigd op een voorwaardelijk eigendomsrecht. Indien de koopprijs wordt betaald (al dan niet in faillissement van de koper) dan groeit het pandrecht van rechtswege uit een pandrecht op het onvoorwaardelijk eigendom van de zaken.

Grenzen aan en beperkingen van eigendomsvoorbehoud
Art. 3:92 lid 2 BW geeft een limitatieve opsomming van vorderingen waarvoor een eigendomsvoorbehoud kan worden bedongen. Daarnaast kan het eigendomsvoorbehoud tenietgaan wegens zaaksvorming, natrekking of vermenging van de oorspronkelijke zaken die zijn geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Een verlengd eigendomsvoorbehoud (inhoudende dat het eigendomsvoorbehoud ook strekt tot de nieuwe dan wel vermengde zaken) lijkt strijdig te zijn met de dwingendrechtelijke bepalingen van art. 5:14 BW tot en met 5:16 BW.

Faillissement van de koper of verkoper levert daarentegen geen beletsel voor vervulling van de voorwaarde. Dat betekent dat de verkoper kan revindiceren (voor zover de koper in verzuim is) na vervulling van de ontbindende voorwaarde, ook al is de koper failliet. De verkoper wordt weer rechthebbende en kan als separatist revindiceren. De zaak valt niet in het vermogen van de failliet en derhalve niet in de faillissementsboedel (zie art. 20 Faillissementswet). Ook kan de koper, indien de verkoper failliet gaat, na betaling van de koopprijs het onvoorwaardelijk eigendomsrecht krijgen. Het voorgaande is mogelijk, omdat er vóór faillissement is geleverd door de toenmalig beschikkingsbevoegde verkoper. Art. 23 Fw en art. 35 Fw staat dus niet in de weg.

Daarnaast kan worden opgemerkt dat het eigendom(svoorbehoud) geen afhankelijk recht is. Dat betekent dat indien de verkoper haar vordering die zij heeft op de koper onder eigendomsvoorbehoud overdraagt aan een derde, dat de derde zich niet kan beroepen op het eigendomsvoorbehoud.

Praktijk
Eigendomsvoorbehoud is een voor het bedrijfsleven een gebruikelijke (dan wel standaard) manier van overdracht. In de door de verkoper gehanteerde algemene voorwaarden wordt (bijna altijd standaard) een clausule opgenomen over eigendomsvoorbehoud.

Een alternatief voor eigendomsvoorbehoud is het recht van reclame uit art. 7:39 BW en verder. Een groot verschil tussen deze twee figuren is dat een verkoper het recht van reclame (in tegenstelling tot het eigendomsvoorbehoud) van rechtswege heeft (uiteraard slechts indien wordt voldaan aan de wettelijke vereisten).

Deel dit bericht: