De gestolen fiets

Stelt u zich voor dat u twee jaar geleden een fiets voor €250,- in een fietsenwinkel heeft gekocht. Alles ging tot op heden prima. Echter, vandaag wordt u door Eric aangesproken en hij beweert dat u op zijn gestolen fiets rijdt. Vanzelfsprekend reageert u verbaasd en geeft u aan de fiets twee jaar geleden eerlijk in een fietsenwinkel te hebben gekocht. Vervolgens weet Eric aan te tonen, middels zijn aankoopbewijs, dat de fiets inderdaad aan hem toebehoort. Nu worstelt u met de volgende vraag: moet u de fiets aan Eric teruggeven?

Oplossing
Om dit vraagstuk op te lossen dient uiteindelijk de volgende vraag te worden beantwoord: wie is, juridisch gezien, de eigenaar van de fiets? Deze vraag wordt hieronder beantwoord.

Op grond van art. 3:83 lid 1 BW is het eigendom over een zaak, zoals een fiets, overdraagbaar. Voorts staan in art. 3:84 lid 1 BW de drie vereisten waaraan moet worden voldaan voordat het eigendom succesvol is overgedragen.

  1. Geldige titel
  2. Geldige levering
  3. Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder

Nu wordt aan de hand van de casus en de wet gekeken of de derde daadwerkelijk het eigendom van de fiets aan u heeft overgedragen.

Er is sprake van een geldige titel indien sprake is van een rechtsgrond tussen u en de derde die de overdracht rechtvaardigt. In casu is sprake van een geldige titel, namelijk de verplichting tot levering en betaling die voortvloeien uit de koopovereenkomst. Vervolgens heerst de vraag of sprake is van een geldige levering. Laten we ervan uit gaan dat de derde de fiets feitelijk aan u heeft overgedragen, waardoor er op grond van art. 3:90 lid 1 BW sprake is van een geldige levering. Ten slotte heerst de vraag of de derde beschikkingsbevoegd was om de fiets over te dragen. In casu was de derde beschikkingsonbevoegd, aangezien Eric destijds eigenaar was van de fiets.

Kortom, het eigendom van de fiets is niet overgedragen waardoor Eric altijd de eigenaar van de fiets is gebleven.

Derdenbescherming bij roerende zaken
Het recht zou het recht niet zijn indien er geen uitzondering op de bovenstaande regel zou bestaan. In sommige situaties wordt de verkrijger van de zaak, in casu de fiets, namelijk beschermd tegen de beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder. Hieronder wordt summier ingegaan op de vereisten die in art. 3:86 BW worden gesteld, waardoor u (de verkrijger) alsnog de eigenaar van de fiets kunt worden.

In art. 3:86 BW staan de volgende vereisten:

  1. Onbevoegdheid van de vervreemder
  2. Overdracht overeenkomstig artikel 90, 91 of 93
  3. Roerende zaak
  4. Overdracht anders dan om niet
  5. De verkrijger is te goeder trouw

Uit het bovenstaande is gebleken dat de vervreemder onbevoegd was om de fiets over te dragen en de fiets op grond van art. 3:90 BW is overgedragen. Verder is een fiets op grond van art. 3:2 jo. 3:3 lid 2 BW een roerende zaak, omdat het (i) een stoffelijk object is, (ii) voor menselijke beheersing vatbaar is en (iii) niet onroerend is. Bij overdracht anders dan om niet gaat het erom dat u de fiets niet gratis (om niet) heeft gekregen. Tevens heerst de vraag of u te goeder trouw bent. In casu heeft u de fiets voor een redelijke prijs in een fietsenwinkel gekocht, waardoor hier vanzelfsprekend aan is voldaan.

Vervolgens staat in art. 3:86 lid 3 BW dat de eigenaar van de fiets (Eric) zijn fiets kan opeisen, indien hij de fiets minder dan 3 jaar geleden door diefstal is verloren. Echter, in casu kan Eric hierop geen beroep doen, omdat u de fiets in een fietsenwinkel heeft gekocht (art. 3:86 lid 3 sub a BW).

Conclusie
In beginsel is er geen sprake van een geldige overdracht waardoor Eric op het eerste gezicht eigenaar van de fiets lijkt te zijn. Wanneer we dan dieper in de wettekst kijken komen we erachter dat u door art. 3:86 BW wordt beschermd. Hierdoor bent u eigenaar van de fiets geworden en is Eric zijn eigendomsrecht verloren.

Deze korte en eenvoudige casus illustreert het leerstuk van overdracht en derdenbescherming bij roerende zaken. De casus kan op veel manieren worden aangepast, waardoor de uitkomst zou veranderen. Bijvoorbeeld de fiets kan op straat van een derde of voor slechts €25,- worden gekocht, waardoor een beroep op derdenbescherming wellicht zou mislukken. Daarnaast kan de levering niet overeenkomstig art. 3:90, 3:91 of 3:93 BW zijn verlopen. Doordat veel kleine aspecten van belang zijn bij dit soort vraagstukken, blijven vragen omtrent dit onderwerp erg interessant en kan de moeilijkheidsgraad zeer uiteenlopen.

Deel dit bericht: