Corporate governance

Naast de ‘’gedragsregels’’ in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (zie onder meer art. 2:8 BW, 2:89 BW, 2:129 lid 5 BW en 2:140 lid 2 BW) kent het Ondernemingsrecht ook een, niet in Boek 2 opgenomen, (zelfregulerende) gedragscode: De Nederlandse corporate governance code (hierna: de Code).

Inhoud Code
De Code is opgebouwd uit drie delen, te weten de:

  • Preambule (overwegingen)
  • Principes en best practice bepalingen (concrete gedragsregels)
  • Verklaring van en toelichting op in de Code gebruikte begrippen

Uit de preambule volgt dat de Code van toepassing is op alle in Nederland statutair gevestigde (grote) beursvennootschappen. De principes en best practices reguleren de (zeggenschaps)verhoudingen en het afleggen van verantwoording tussen de organen (bestuur, RvC en AvA) binnen de rechtspersoon. Voorts beogen de principes en best practices voor te schrijven wat (nationaal en internationaal) wordt gezien als goede corporate governance. In de kern zijn het normstellingen voor het gedrag van de organen. In de Code staat het rekening houden met en het afwegen van de verschillende (directe en indirecte) betrokken belangen van de onderneming centraal.

Het is mogelijk om af te wijken van de Code, doch daar moet verantwoording over worden gelegd in de jaarrekening. Uit de Code volgt dat de aandeelhouders de taak hebben om het bestuur en de RvC ter verantwoording te roepen over het al dan niet naleven van de Code.

Zoals gezegd, bestaan de principes en best practices uit concreet uitgewerkte gedragsregels- en normen. Enkele onderwerpen zijn: wijze van besturen, risicobeheersing en controle, bezoldigingsbeleid en belangenverstrengeling. De Code kan hier worden geraadpleegd.

Betekenis voor het Ondernemingsrecht
De link met Boek 2 BW is te vinden art. 2:391 lid 5 BW. Daaruit volgt dat in het jaarverslag van de rechtspersoon moet worden opgenomen op welke wijze de bepalingen van de Code al dan niet zijn nageleefd. De Code brengt derhalve een verslagleggingsplicht met zich mee.

Deze plicht geldt voor rechtspersonen die onder het regime van de Code vallen, maar het staat niet-beursvennootschappen vrij om ook de Code toe te passen. De Code kan worden aangemerkt als soft law.

De Hoge Raad ziet de Code als de in Nederland heersende algemene rechtsovertuiging (vergelijk art. 3:12 BW). Daardoor is de code ook relevant via art. 2:8 BW (de gedragsregel van de redelijkheid en billijkheid). Het nemen van besluiten waarmee art. 2:8 BW wordt overschreden (en daarmee de Code), kan leiden tot vernietigbaarheid van het besluit (zie art. 2:15 BW). De Code is derhalve (weliswaar) indirect bindend voor de rechtspersoon.

Deel dit bericht: