Commerciële stichtingen

Mag een stichting commercieel zijn? Hoe verhouden commerciële activiteiten zich met de stichting? Wat is het gevolg indien een stichting winst maakt met commerciële bezigheden? In dit artikel zullen deze vragen worden beantwoord.

Stichting in het algemeen
Een stichting is, gelet op artikel 2:3 BW, een rechtspersoon. De stichting als zodanig bezit derhalve rechtspersoonlijkheid. Op de stichting zijnde een rechtspersoon zijn de (algemene) bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Boek 2 BW schenkt de stichting vanaf art. 2:285 BW specifieke bepalingen die louter van toepassing zijn op de stichting. De kernbepaling is bij uitstek art. 2:285 BW; dit artikel geeft een algemene beschrijving van de stichting. Een stichting is een rechtspersoon zonder leden en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken.

Strekking van de stichting
Zoals uit het voorgaande blijkt, wordt een stichting in het leven geroepen om een bepaald doel te verwezenlijken. In samenhang met art. 2:285 lid 3 BW kan over het algemeen worden gesteld dat dit doel een ideële of sociale strekking heeft. Denk bijvoorbeeld aan de talloze stichtingen in Nederland die zich inzetten voor bepaalde maatschappelijke doelen. Dat het hebben van en streven naar het verwezenlijken van een doel een kernaspect is van de stichting blijkt uit art. 2:301 BW (en art. 2:19 lid 1 sub f BW); de rechter ontbindt een stichting (onder meer) indien het doel is bereikt, het niet meer kan worden bereikt of het vermogen van de stichting onvoldoende is voor verwezenlijking van het doel.

Commerciële stichting
Teneinde het kunnen realiseren van het statutaire doel, wendt een stichting vermogen aan en gebruikt zij dat vermogen ten behoeve van dat doel. Zo bouwt de stichting KWF Kankerbestrijding vermogen op met collectes en kent het WNF (vaste) collectanten. Deze activiteiten worden over het algemeen niet als commercieel ervaren.

Belet het vereiste van een ideëel statutair doel dat een stichting commercieel mag zijn? Indien een stichting puur en alleen commerciële activiteiten (gericht op winst en het uitkeren daarvan aan de bestuurders of derden) dan is zij vatbaar voor ontbinding door de rechter, op verzoek van een belanghebbende of het Openbaar Ministerie (zie art. 2:21 BW). De wet verbiedt echter niet dat een stichting commerciële activiteiten verricht ter realisering van haar doelstelling. Dat houdt in dat de winst die wordt verkregen met commerciële bezigheden (zoals het uitoefenen van een onderneming) moeten worden gebruikt om zowel de stichting in stand te houden als het statutaire doel van de stichting te realiseren.

De wet heeft onderkend dat stichtingen commerciële activiteiten mogen verrichten. Zie bijvoorbeeld art. 2:344 sub b BW, waaruit volgt dat het recht van enquête van toepassing is op stichtingen die een onderneming in stand houden. Zie voorts art. 5 sub b Handelsregisterwet 2007, dat voorschrijft dat een onderneming die toebehoort aan een stichting moet worden ingeschreven in het handelsregister.

Uitkeringsverbod
De stichting kent een wettelijk uitkeringsverbod dat is verankerd in art. 2:285 lid 3 BW. Het luidt als volgt: ‘’Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben’’. Er is sprake van een uitkering indien er tegenover de uitkering geen gelijkwaardige tegenprestatie staat. Het uitkeringsverbod belet derhalve niet dat er een redelijk loon mag worden betaald aan de bestuurder(s) van de stichting. Het is echter ook duidelijk dat (winst)uitkeringen strijdig met het uitkeringsverbod nietig zijn, gelet op art. 2:14 lid 1 BW (en art. 3:40 BW).

Samenvatting
Het voorgaande laat zien dat een stichting commercieel mag zijn, doch dat die (winst van die) activiteiten ten goede moeten komen van het statutaire doel. In beginsel mogen commerciële activiteiten alleen in dat kader worden verricht. Ingeval een stichting commerciële activiteiten verricht die worden gebruikt ter realisering van het statutaire doel van stichting, heeft dat in beginsel geen gevolgen. Zodra de winsten hieruit echter worden uitgekeerd aan bestuurders of derden handelt de stichting in strijd met het wettelijke uitkeringsverbod, waardoor zij vatbaar is ontbinding op verzoek.

Deel dit bericht: