Aansprakelijkheid en eigen schuld

De aansprakelijkheidsgronden van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek vestigen (indien daarop met succes een beroep kan worden gedaan) aansprakelijkheid voor de schade die is ontstaan in een bepaalde situatie. Enkele aansprakelijkheidsgronden zijn artikel 6:74 BW (wanprestatie), art. 6:173 (aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken), art. 6:185 BW (productaansprakelijkheid) en het ‘’kapstok’’ artikel van 6:162 BW (onrechtmatige daad).

In bepaalde gevallen kan de benadeelde ook schuld hebben aan het ontstaan van de schade waarvoor de aansprakelijke in beginsel een verplichting tot schadevergoeding heeft. Er wordt dan gesproken over eigen schuld, wat moet worden vastgesteld nadat is vastgesteld dat er sprake is van aansprakelijkheid. Het is van belang om deze volgorde te volgen. Eigen schuld van de benadeelde doet immers niet af aan de aansprakelijkheid van de ander.

Uit art. 6:101 lid 1 BW volgt dat er sprake is van eigen schuld indien de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Mocht er sprake zijn van eigen schuld, dan wordt de vergoedingsplicht voor de aansprakelijke verminderd in evenredigheid met de mate waarin ieder (de aansprakelijke en benadeelde) tot de schade hebben bijgedragen. Voorts bevat art. 6:101 BW lid 1 BW een billijkheidscorrectie, inhoudende dat de omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de verdeling van de vergoedingsplicht bijgesteld moet worden. Denk hierbij aan een (zeer) jonge benadeelde die eigen schuld heeft aan de ontstane schade.

Het verdient een opmerking dat art. 6:166 BW (groepsaansprakelijkheid) ook een billijkheidscorrectie heeft. Uit art. 6:166 lid 2 BW volgt dat groepsleden onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen, tenzij de omstandigheden een andere verdeling eist. Denk hierbij aan een groep waarvan één groepslid duidelijk de meeste schade heeft toegebracht (bijvoorbeeld door het afvuren van een wapen richting de benadeelde, terwijl de overige groepsleden hem slechts met gebalde vuisten sloegen). De werkgeversaansprakelijkheidsgrond van art. 6:170 BW bevat ook een correctiebepaling. Zie daarvoor art. 6:170 lid 3 BW.

Volledigheidshalve wordt nog gewezen op de medeschuldregeling van art. 6:102 BW. Indien twee of meer personen schuld hebben en daardoor dezelfde schade moeten vergoeden, zijn zij hoofdelijk aansprakelijkheid voor de schade (zij kunnen door de benadeelde ieder individueel voor het gehele schadebedrag worden aangesproken). Dat laatste wordt de externe verhouding van aansprakelijkheid genoemd. De interne verhouding (aansprakelijke personen onderling) tussen medeschuldigen wordt overeenkomstig art. 6:101 BW verdeeld, zie daarvoor art. 6:102 lid 1 BW. Deze interne verhouding kan bij overeenkomst anders worden verdeeld. De wet kan ook een andere interne verhouding bepalen. Zo bepaalt art. 6:170 lid 3 BW dat de werkgever alle door een fout van de werknemer ontstane schade moet vergoeden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer.

Deel dit bericht: